donderdag 9 februari 2012

Toch nog rijden in de kou.

Schreef ik laatst nog dat deze week waarschijnlijk een "niet-fietsen-week" zou worden, nu mag ik mijzelf scharen onder de dappere-der-dapperen die de kou trotseren. Gewapend met motorcol, fleecemuts, thermo-ondergoed en een extra isolatielaag kleding schoof ik dinsdag 7 februari in de Quest. Ik moest om 05:30 uur beginnen in Utrecht dus vertrok ik om 03:00 uit Leiden. De wetenschap dat het door de inmiddels voor Nederlandse begrippen extreme kou weleens erg   t r a a g   zou kunnen gaan deed mij besluiten niet 9 kwartier maar 2,5 uur voor aanvang dienst te vertrekken. En   t r a a g    ging het. Althans, dat bleek bij aankomst in Utrecht.
De eerste kilometers door slapend Leiden gingen rustig aan. Hoewel ik mijn handschoenen, schoenen, overschoenen en muts op de kachel had gelegd bleek er van enige restwarmte na 3 kilometer niets meer over. Gelukkig stond de interne kachel vol aan en was het goed te doen.
Na Leiden komt een randje Zoeterwoude waarna ik de polder in duik richting de N11. Hier volgt de kennismaking met de echte kou, de wind heeft hier immers vrij spel en waait mijn vanuit het noord-oosten met kracht 3-4 tegemoet. Het Schermer-schermpje doet zijn werk goed en duwt de meeste wind over mij heen. Toch weten enkele windvlagen mijn wangen te bereiken. Die heb ik voor vertrek voorzien van een dikke laag vaseline en ze worden daardoor goed beschermd. De buitentemperatuur was volgens mijn weer-app op mijn telefoon ongeveer 6 graden onder nul, tel daarbij de matige tegenwind op en je komt op een gevoelstemperatuur van ongeveer -12 graden.
Het fietspad langs de N11 richting Alphen aan den Rijn is wonderbaarlijk genoeg geheel sneeuwvrij (had ik de vorige dag vanuit de beschutte omgeving van mijn auto gezien, anders was ik nooit gaan fietsen) op een enkel bevroren plasje smeltwater na. De Schwalbe Marathon Supreme's vóór, en de Schwalbe SupeMoto achter  hebben geen enkele moeite met de gesteldheid van het wegdek. Geen enkel moment heb ik gevoeld dat de Quest een andere kant op wilde gaan dan ik haar stuurde. Wel merk ik dat de kou het rubber nog een stuk harder maakt. De avond voor vertrek had ik de banden nog op druk gebracht (maximaal toegestane spanning) en dat maakte dat de vering (ook een stuk straffer door de kou) minimaal was. Trillingen veroorzaakt door ijsrichels werden linea recta doorgegeven aan de koets en soms vreesde ik dat deze temperaturen ervoor zouden kunnen zorgen dat de veren in de schokdempers zouden breken. Dat laatste heb ik gelukkig niet geconstateerd.
Na Alphen aan de Rijn koos ik voor de Steekterweg in plaats van de Oude Steekterweg. Langs de Steekterweg staan meer huizen waardoor de beschutting groter is. Maar mocht er iets gebeuren onderweg, dan ben ik meer in de bewoonde wereld dan wanneer ik de route langs het water kies. Voor mijn gevoel gaat het nog steeds redelijk vlot, ik kijk niet naar mijn snelheidsmeter maar gok dat het zo tegen de dertig per uut moet gaan. Eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik de snelheid nu ook van absoluut ondergeschikt belang vind. Laverend door de stukken ijzig fietspad en het ontwijken van sommige opgevroren weggedeelten maakt dat het kijken op de snelheidsmeter een no-go is.
Zwammerdam slaapt rond dit tijdstip ook nog, het is inmiddels ergens vlak voor vieren. De krantenbezorger schrikt op van mijn aanwezigheid als hij zonder te kijken de weg wil oversteken. Gelukkig is de weg droog en niet glad, de 90mm trommelremmen doen hun werk feilloos. En wat een verademing als blijkt dat adrenaline een heerlijk verwarmend effect heeft!
Over de brug en weer verder langs het water richting Bodegraven. Daar kom ik een minuut of zes later aan. Ook hier niets dan slaap, slaap en nog eens slaap. Wel een blaffende hond die het uitklikken van mijn pedalen blijkbaar een goede rede vind om aan te slaan. Tsja, die koude wind door mijn Quest maakt dat mijn blaas zichzelf graag wil ontdoen van een warme plas. Gelijk een hond kies ik een mooie lantaarnpaal en wurm mijzelf uit mijn fiets. Door de verschillende lagen kleding heen is het lastig manouvreren met handschoenen maar uiteindelijk lukt het mij om ijsklontjes op een lantaarnpaal te vormen zonder dat mijn kleding nat wordt.
Bodegraven blijkt ook te snappen dat wegen tijdens deze dagen schoongemaakt moeten worden, de klinkertjes zijn iets glad maar ongeschonden kom ik aan bij de N458 die mij richting Woerden zal begeleiden.  Ik kies voor de hoofdrijbaan hoewel het naastgelegen fietspad een schoon uitziet. Slechts een enkele vrachtwagen passeert mij op dit 10 kilometer lange traject tussen Bodegraven en Woerden. Ik hou altijd de inhoud van mijn spiegels strak in de gaten. Hoewel ik niet bang uitgevallen ben wil ik niet "verrast worden" door onaangekondigde bezoekers aan mijn Quest-adres. Een uitvlucht richting (bevroren) berm behoort altijd tot de mogelijkheden, maar als ik het kan voorkomen...
Woerden...... Het is dat het een onderdeel van mijn woon-werkroute is, maar ik heb er een haat-liefde verhouding mee. Vorig jaar nog lag ik hier twee maal het asfalt van dichtbij te bestuderen. Toch is een alternatieve route geen optie. Ik rij "om" Woerden heen via 's-Gravensloot, een smalle weg waar twee auto's elkaar niet kunnen passeren zonder dat er een in de berm gaat staan. En vooral op dit soort vroege momenten lijkt het erop dat automobilisten niets liever dan dan mij hier passeren. Nu (in de winter) langs de randen van de weg opgevroren hopen sneeuw en ijs liggen lijkt het dat automobilisten de risico's voor lief nemen en de gok toch wagen. Tsja, wat wil je als er een velomobilist voor je rijdt met, pak 'm beet 29 km/uur, terwijl jij hier met je auto 30 km/uur mag rijden, dan wil je er toch zo snel mogelijk voorbij? Ook in de zomer als mijn snelheid hier tegen de 40 km/uur ligt lijken de automobilisten hier niets liever te willen dan voor dat rare gele apparaat te rijden. Onderaan de streep blijkt vaak dat aan het einde van 's-Gravensloot ik weer aansluit achter diezelfde automobilisten omdat ze moeten wachten voor passerend verkeer. Nog mooier is het als ik er zonder problemen voorbij kan schuiven en over het fietspad opnieuw voorsprong kan opbouwen. Dan mogen ze mij verderop bij Geestdorp weer voorbij, wat een plezier!
Ik verlaat Woerden (waar de thermometer -8 graden aangaf) en vervolg mijn weg via Breeveld, het favoriete deel van mijn w.w.-route. Ook nu geniet ik van de (witte) omgeving, de stilte om mij heen, de enkele koe op stal die zich laat horen en de krantenbezorger die met groot licht achter mij rijdt en er met geen mogelijkheid voorbij kan. Soms vraag ik mij af, gebruiken deze idioten hun hersencellen niet, of ontbreken ze gewoon domweg. Ik zal er nooit achter komen want ik vertik het om voor ze te stoppen.
Breeveld brengt me naar Harmelen en de klok geeft aan dat het 10 voor 5 is. Vanaf hier is het nog een goede 10 kilometer naar 030. Afgelopen zomer deed ik dat in 17 minuten, nu blijkt (achteraf) dat ik voor diezelfde afstand bij 35 graden lager ruim 25 minuten nodig heb. Tussen Harmelen en de Meern is recent een "speed-trap" opgesteld. Je weet wel, zo'n verkeersbord dat aangeeft hoe hard je rijdt, al dan niet aangevuld met een :-) of een :-(. Voor mij werd aangegeven dat ik een keurige 30 km/uur reed, uiteraard aangevuld met een groene smiley. In De Meern koos ik weer voor de busbaan omdat deze zeker sneeuwvrij zou zijn. Het voordeel van de busbaan is dat ik er niet aangereden word door slaperige automobilisten die zonder te kijken (achteruit) de weg op komen draaien. De busbaan is verder voorzien van een keurige laag glad asfalt hetgeen de snelheid alleen maar ten goede komt.
En zo glijdt De Meern ook onder de wielen door en komt de A2 in zicht. Hier loopt mijn snelheid op tot een duizelingwekkende 33 km/uur als gevolg van een kleine afdaling. 33 km/uur.... In de zomer baal ik als een stekker als dit mijn gemiddelde snelheid is, nu moet ik het voor lief nemen dat het mijn maximum is. Nu nog een klein stukje langs het Amsterdam-Rijnkanaal richting de Prins Clausbrug om nog een klein stukje door Kanaleneiland te fietsen richting het ROV. Daar aangekomen is het nog 100 meter glibberen voordat ik mijn inmiddels aan de binnenzijde bevroren Quest mag verruilen voor het verwarmde kantorenpand waar het Regiecentrum Openbaar Vervoer van Connexxion huist.
Moe, voldaan en met koude tenen betreed ik de vloer. Collega's zijn verbijsterd over het feit dat ik de 60 kilometer lange w.w.-rit per fiets heb afgelegd. Ze vinden het knap maar voor mij geldt het "slechts" als een overwinning op mijzelf. Vanmiddag terug naar Leiden zal de zon weer lekker schijnen en zal het minder koud zijn. Ik had er toen al gelijk zin in.

1 opmerking:

  1. He, jarige Job, mooi verhaal. Weet je zeker dat de lage snelheid niet met je leeftijd te maken heeft? :-)) Ik rijd tegenwoordig ook niet harder dan 30 ..

    BeantwoordenVerwijderen